Kastanjes…

Een klein meisje, ik schat een jaar of vier. Blonde piekhaartjes, die alle kanten op stonden. En een blauw jasje met bijpassende regenlaarsjes. Daar ging ik. Samen met mijn zusje. Op weg naar ‘de Hout’.

De Hout was een bosachtig park (of een parkachtig bos) bij ons in de buurt. Een plek waar we vaak en graag kwamen. Zeker in de herfst, wanneer de bomen de mooiste kleuren droegen en wij op zoek gingen naar spinnen, slakken en elfenbankjes…

Daar liepen we. Mijn zusje en ik. Hand in hand. Eerst keurig over het kronkelige paadje tussen het groen. Later vooral sloffend met onze laarsjes door de bladeren… volledig in de ban van het ritselende geluid dat de blaadjes maakten.

Als je mij een beetje kent (of volgt), dan zou je kunnen denken dat ik ga schrijven over mijn voorliefde voor buitenspelen en het belang van natuurbeleving voor kinderen? Nou laat je verrassen, want dat is dit keer niet mijn insteek.

Bij het grote veld lieten we elkaars hand los. We renden door het zand, de plassen en de bladeren die door de storm naar beneden waren gekomen. Het veld leek bedekt met een deken van bonte, bruine bladeren en her en der lagen afgewaaide takken.

We schepten onze armen vol bladeren, gooiden ze omhoog om ze vervolgens als een douche over ons heen te laten dwarrelen. Heerlijk voelde dat! (Zó heerlijk, dat ik dat als volwassene ook nog weleens doe)

De hele middag speelden we en scharrelden we rond, op zoek naar de schatten die de natuur rijk is. En ik weet nog goed dat we aan de rand van het veld kwamen. Daar stond een oude boom. Een indrukwekkende kroon van takken en gekleurde bladeren. En op de grond eronder zagen we een waanzinnige hoeveelheid kastanjes. De meesten nog met bolster. Sommigen halfopen gesprongen, waardoor het glimmende bruin van de kastanje ons toelachte.

Terplekke veranderde ik in een soort ekster. Dat glimmende bruin… ik vond dat zó mooi! En dus propte ik mijn jaszakken vol met deze schatten. Om ze thuis voorzichtig te openen, te kijken hoe prachtig de kastanjes waren die in de stekelige bolsters verscholen lagen. Wat een rijkdom; mijn herfsttafeltje thuis, met al die schatten uit het bos!

Het leuke is; ik doe dit nog steeds!!!

Ik ben als volwassene nog altijd gespitst op het moois dat vanbinnen zit! Als pedagogisch coach probeer ik altijd verder te kijken dan ‘het buitenkantje’ dat iemand laat zien. Of het nou kinderen zijn of collega’s. Voor mij is iemand altijd méér dan dat wat in eerste instantie gezien wordt.

We hebben allemaal wel een buitenkantje… Een schilletje. De een wat dikker, de ander wat dunner. Gewoon een schilletje als beschermlaagje. Als afweermechanisme. Soms als overlevingsstrategie.

Zo’n buitenkantje wordt zichtbaar in bijvoorbeeld ons gedrag. Gedrag dat we soms maar al te makkelijk bestempelen… met kreten als ‘brutaal’, ‘lastig’ of ‘ongewenst’. Maar gedrag is slechts een buitenkantje; het laat alleen maar zien hoe we ons vanbinnen voelen. Gedrag is een uiting van wat zich binnenin ons afspeelt.

Want ja, we hebben ook allemaal een binnenkant. Een kern. Onze eigenheid. Ons diepere zijn (net welke woorden je eraan wilt geven).

Hoe mooi is het om voorbij die buitenkant, voorbij dat schilletje te kunnen kijken? Dan ga je zien wat voor moois een kind of een collega nog meer is! En ik geloof echt dat hoe meer we voorbij dat buitenkantje kunnen kijken, hoe meer moois we gaan zien. En hoe meer moois we gaan zien, hoe meer we dát kunnen voeden, versterken en laten groeien!

*

*

*

De foto van de kastanjes in het bos is van Margreet. Deze foto haalde mooie herinneringen bij me naar boven. Herinneringen die prachtig aansluiten bij wie ik ben en wat ik doe. Dank je wel Margreet!